Nieuws  Maak kennis met: Seve van Ass

Maak kennis met: Seve van Ass

Hockeyer Seve van Ass is al jaren een constante waarde in het Nederlands elftal en voor zijn club. De middenvelder begon met hockey bij Victoria en speelde in verschillende Nederlandse jeugdelftallen. Vanaf 2008 kwam hij uit voor hoofdklasseclub HGC, waar zijn vader, Paul van Ass, coach was. Eind 2010 debuteerde hij in Oranje, en sinds mei 2013 speelt hij met HC Rotterdam op het hoogste niveau in eigen stad.

Geboren op 10 april 1992, werd Seve vernoemd naar de legendarische Spaanse golfer Severanio Ballesteros. Toch was hockey de sport die hij van huis uit mee kreeg. Broer David en zus Berbel speelden in zijn jeugd ook bij Victoria en van hen en van zijn vader leerde hij veel.

Deelname aan de Olympische Spelen van 2016 was tot nu toe een van de hoogtepunten in Seve’s carrière. Daarnaast is hij in eigen land bekend door een ongeluk in 2013, waarbij hij tijdens een competitiewedstrijd tussen Amsterdam en Rotterdam door een tegenstander een hockeystick tegen zijn gebit kreeg en tanden en kiezen verloor. Het incident leidde tot een advies van de medische commissie van de hockeybond om bitjes verplicht te stellen. Voor Seve zelf is het incident al lang niet meer relevant, hij richt zich vooral op nieuwe sportieve successen. 

Waarom koos je voor hockey?        
"Als kind heb ik ook tennis, voetbal en golf gespeeld. Ik koos voor hockey omdat ik in een leuk team terecht kwam. Mijn familie hockeyde ook, dus ik was veel op en rond de hockeyvelden. Maar doorslaggevend was dat ik steeds meer plezier had bij hockey.”

Hoe gedreven ben je?
"Heel gedreven. Dat moet ook wel, anders hou je het niet vol om acht tot tien keer per week te trainen of een wedstrijd te spelen. Ik kan ook heel enthousiast worden van andere dingen, hockey is niet het enige in mijn leven. Ik ben er wel dagelijks mee bezig. Om op topniveau mee te doen, moet je veel over hebben voor je sport. Verjaardagsfeestjes of dineetjes sla ik wel eens over.”

Wie of wat houdt je fanatiek of inspireert je?
"Ik hou mezelf regelmatig voor dat ik hockey omdat ik het leuk vind. Er zijn momenten dat de drang naar presteren te groot wordt en ten koste gaat van het plezier. Tegelijkertijd wil ik ook altijd winnen. Ik heb nog niet alles bereikt wat ik wil bereiken in deze sport. Elke prijs die nog gaat komen is belangrijk. Maar ik zou graag nog eens landskampioen worden, en goud winnen in de Olympische Spelen."

Wat maakt jou tot een talent?
"Van nature ben ik vrij snel en fit, ik hoef niet heel veel te doen om mee te kunnen op dit niveau. Het helpt ook dat ik hockey van huis-uit heb meegekregen. Ik was de jongste in ons gezin, speelde altijd tegen mijn oudere broer en zus. Mijn vader is hockeycoach, zo leer je snel.”

Mooiste prestatie?
"Het EK 2017 in eigen land. Qua sfeer en qua team was dit denk ik het mooiste toernooi dat ik tot nu toe heb meegemaakt. Met mijn club, toen nog HGC, was winst in de Euro Hockey League 2011 een mooi hoogtepunt. Ook een bijzondere prijs, in eigen land, en met een hecht team.”

Grootste teleurstelling?
"Verlies van de WK-finale 2014. We gingen voor eigen publiek hard onderuit. Een geluk bij een ongeluk was dat we toch nog tweede werden. Dan was Rio 2016 misschien nog wel een grotere teleurstelling, daar werden we vierde op de Olympische Spelen en werden we al in de halve finale uitgeschakeld."

Wie is je grootste fan?
“Ik denk: mijn moeder. Die volgt mij het meest en heeft me altijd enorm ondersteund. Soms vindt ze het moeilijk, bij belangrijke wedstrijden voelt ze meer spanning dan ik. Ze huilt ook wel eens als ik verloren heb. Maar ze is er altijd bij om me aan te moedigen.”

Wat is je stip op de horizon, wat wil je nog bereiken?
“Wat hockey betreft is dat zo lang mogelijk plezier houden in de sport en met mijn team nog veel mooie prestaties neerzetten.”

Welke andere sport doe of volg je graag?
"Als ik niet meer zou kunnen hockeyen, zou ik voor golf kiezen. In een land met mooi weer veel prijzengeld winnen, haha! Voetbal volg ik het meest. Niet heel intensief, maar van Feyenoord en Barcelona kijk ik bijna elke wedstrijd.”

Wat vind je van Rotterdam als sportstad en wat is er bijzonder aan?
"Ik ben er geboren en getogen. Het is een topstad en Rotterdam wordt steeds leuker en mooier. We hebben grote sportevenementen. Ik ben een paar keer bij het ABN AMRO tennistoernooi geweest, de autoraces waren vroeger ook heel gaaf. Ik vind Rotterdam een hele vette stad. De mensen zijn van ‘niet lullen naar poetsen’, die instelling past ook prima bij mij. Verder komen er steeds meer hippe tenten en mooie gebouwen. En de stad heeft een goede infrastructuur, alles is goed te bereiken met zowel de auto als openbaar vervoer.”  

Wat doe je en vind je belangrijk naast sport?
"Omdat ik het belangrijk vind om me naast de topsport verder te ontwikkelen, ben ik gaan werken bij accountantskantoor Deloitte. Dat sluit mooi aan op mijn studies bedrijfskunde en Accounting and Finance aan de Erasmus Universiteit. Het is een parttime baan, en mijn werkgever is gelukkig heel flexibel waardoor ik geen toernooien of trainingen met Oranje of met Hockeyclub Rotterdam hoef te missen.”

Deze website maakt gebruik van cookies

Wij zijn wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies. De website maakt gebruik van cookies om de website te analyseren en te optimaliseren. De cookies bewaren geen persoonsgegevens en zijn dus niet aan een individu te koppelen.

Nee, ik geef geen toestemming